Ode aan onze Olympiërs!

Ode aan onze Olympiërs!

Olympische spelen met collega's Elfje Willemsen en Jonas Martens

Spetterende sprongen, glorieuze slagen en internationaal gejuich. Ze zijn er, finalement: de Olympische Spelen van Parijs. En dat doet ook de sportieve vlam bij onze eigen Olympiërs opflakkeren. Elfje Willemsen en Jonas Martens weten als geen ander hoe het voelt om in de allergrootste arena ter wereld te staan. Jonas was pas 17 jaar toen hij in 2000 in het bad van de Paralympische Spelen in Sydney dook. Elfje proefde maar liefst 4 keer van de Olympische Spelen: 3 keer als bobsleeër en 1 keer als coach. Elfje en Jonas zijn collega’s bij Sport & Bewegen op Campus Turnhout. Maar bovenal: ze zijn onze eigen Olympische Helden!  

Die eerste keer, hoe heb je die beleefd?

Jonas: “Ik was de jongste in Sydney van de Belgische Paralympische delegatie. Er werd dus goed voor mij gezorgd. Ik herinner mij vooral dat het Paralympisch dorp een enorme indruk op mij maakte. Ik vond het heerlijk om er relatief zelfstandig rond te lopen en m’n ding te doen. Ik heb daar ook gemerkt dat ik heel goed presteer onder veel druk. Hoe belangrijker de wedstrijd, hoe beter mijn prestaties werden. Ik was daar met maar één doel, namelijk de honderd meter rugslag. En ik heb toen mijn inschrijftijd met 4 seconden verbeterd. Maar van de wedstrijden zelf herinner ik mij niks meer. Gelukkig zijn daar nog beelden van. Wel op VHS cassettes.” 

Elfje: “Het enige wat ik mij vooral herinner, is dat ik constant tegen mezelf zei: ‘geniet ervan, geniet ervan’! Tijdens de openingsceremonie sloeg ik zelfs op mijn kaak met het idee ‘hallo, je bent hier, je moet nu efkes genieten’. Pas nadien besef je ten volle wat je gedaan hebt.”  

(Lees verder onder de foto)

Story image

Vanwaar jullie drive om ooit op Olympisch niveau te sporten?

Elfje: “Dat groeit. Wanneer je als kind merkt dat je goed bent in die hobby, dan wil je meer en meer trainen voor een beter resultaat. Voor je het weet doe je mee aan een internationaal kampioenschap. En ook: in vriendenboekjes antwoordde ik al ‘atleet’ op de vraag ‘wat wil je later worden?’.”  

Jonas: “Ha, bij mij was dat bioloog, denk ik. Verder herken ik wel wat Elfje vertelt. Topsport echt zien als een carrière, begon pas met die internationale wedstrijden.” 

Jullie beleefden hoogtepunten, maar ongetwijfeld ook dieptepunten. Wanneer was dat? En hoe herwin je de goesting en drive?

Elfje: “Elke keer na de Spelen hadden we een financieel gat. Vooral als wintersporter. Dan vonden wij drie jaar lang geen sponsors. Ik moest zelfs vrezen voor mijn contract, elk jaar opnieuw. We wisten dus niet of we mochten vertrekken of wedstrijden gaan doen. Die onzekerheid, die heeft altijd aan mij geknaagd.” 

Jonas: “Mijn grootste teleurstelling was het missen van de Spelen in Peking als zwemmer. Ik stond op dat moment 5de op de wereldranglijst, maar haalde toen de selectienorm van het Belgisch Comité niet. Dat was echt een dieptepunt. Kort nadien ben ik dan ook gestopt en beginnen te werken.” 

Motivatie is key. Hoe vertalen jullie dat naar jullie studenten? Welke parallellen zien jullie tussen sporten op dat ultrahoge niveau en doceren?

 Elfje: “Het durven dromen en durven gaan voor die droom. En die kan niet zot genoeg zijn. Wij als Belgen zijn veel te bescheiden. Ik gebruik dus vaak voorbeelden uit mijn topsportcarrière en focus vooral op samenwerken als een team.” 

Jonas: “Als ik rolstoelbasketbal geef en een student dan zegt: ‘ik kan dat niet’... Ah, dat hoor ik niet graag. Het is een kwestie van oefenen en doorzetten. De quote van Tiger Woods ‘Don't be bitter, be better’ vind ik in dat opzicht een mooie leuze.” 

Elfje: “Mijn mantra zit in mijn portefeuille. ‘Enjoy what you have, work for what you want more’, las ik op een fortune cookie. Wondermooi.” 

Hoe fel zit sporten nu nog in het lijf en het bloed?

Jonas: “Mijn competitiedagen liggen ver achter mij. Na mijn zwemcarrière heb ik nog even kajak gedaan. Maar dan werd mijn dochtertje in 2015 geboren, dus zijn mijn prioriteiten verschoven. Ik sport gewoon thuis met eigen toestelletjes, ik wandel en af en toe duik ik nog eens in het zwembad. Zonder zou ik slecht functioneren. Het geeft me energie en creativiteit.” 

 Elfje: “Ik tennis nog, vooral in de zomermaanden. Trouwens, ik sta er echt versteld van hoe actief en sportief onze collega’s ook buiten hun uren allemaal zijn.” 

Hoe zou je de energie in jullie team van Sport & Bewegen omschrijven?

Elfje: “Ik ben nog maar net gestart, maar werd echt verwelkomd met open armen. Misschien is dat een sportieve mindset, misschien is dat de Thomas More mindset. Die vind ik echt ongelooflijk.” 

Jonas: “Ja, we hebben een hele fijne groep collega's. Goed gekozen en geselecteerd door onze leidinggevenden, maar ook met een enorm open geest. Als opleidingscoördinator valt dat vooral op wanneer we nadenken over hoe we de opleiding nog beter willen maken. Er zijn dan geen heilige huisjes en iedereen staat open om mee na te denken over zijn eigen vak en de linken met andere vakken. Dat is echt heel uniek.” 

De Olympische Spelen vinden deze zomer plaats in Parijs. Wat willen jullie zeker niet missen?

Jonas: “Ik ga met mijn gezin in het eerste weekend van de Paralympics. Het is dan net nog geen school. En we gaan ook met 32 collega’s van ons team Sport & Bewegen een aantal wedstrijden bekijken. Rolstoelbasketbal vind ik altijd fijn. En zwemmen blijft mij nauw aan het hart liggen, ook omdat we een potentiële Belgische medaillekandidaat hebben. Met Sam de Visser op de Paralympics.”  

Elfje: “Voor mij is atletiek nog altijd de koning der sporten. En dan zeker de meerkamp zoals zevenkamp en tienkamp. Daar kijk ik echt naar uit. Laat ze maar komen, die Spelen én de zomer!” 

 

Over Thomas More. Hier gebeurt het.

Hier begint het. Aan de grootste hogeschool van Vlaanderen. Een community van bijna 22.000 studenten, medewerkers en onderzoekers. En een veelvoud aan afgestudeerden. Dat is een onuitputtelijke bron aan verhalen. Hier gebeurt het.