Dag van de leraar: het atypische parcours van Christof de Vaal
Drie keer in het vijfde middelbaar en nu zelf leraren opleiden
Christof de Vaal groeide op in armoede, zat op vijf verschillende middelbare scholen en deed drie keer het vijfde middelbaar. Vandaag is hij docent aan Thomas More en leidt hij zelf nieuwe leerkrachten op. “Ik heb van veel leerkrachten geleerd hoe het niet moet. Daarom wil ik voor mijn studenten iemand zijn die luistert en hen telkens opnieuw een kans geeft.”
Christof de Vaal heeft een parcours dat je niet meteen verwacht van iemand die vandaag voltijds lesgeeft aan een hogeschool. Hij is docent en stagecoördinator binnen de verkorte educatieve bachelor en het educatief graduaat van de lerarenopleiding bij Thomas More. Daarnaast geeft hij bedrijfskunde en financieel management in de opleiding Toerisme en Recreatiemanagement.
Maar ooit zag hij zichzelf helemaal niet voor een klas staan. Integendeel. In 1999 verliet hij de schoolbanken met een diploma marketing op zak en een duidelijke boodschap: “Nooit zet ik nog een voet binnen in een school.” Vandaag doet hij het tegenovergestelde. En hij leidt zelfs toekomstige leerkrachten op.
Opgegroeid in sociale woonwijk
Christof groeide op in Mechelen, samen met zijn oudere broer en jongere zus. Zijn ouders hadden zelf geen diploma, ze moesten op hun veertiende al gaan werken. Zijn vader werd bouwvakker, zijn moeder fabrieksarbeidster.
Toen het bedrijf van zijn vader begin jaren 80 failliet ging, werd het gezin uit hun huis gezet. Ze kwamen terecht in een sociale woonwijk aan de Winketkaai in Mechelen, toen ‘De nieuwe wijk’ genoemd.

“Mijn ouders hadden zelf niet gestudeerd, maar ze hebben ons wel altijd gesteund om een hogere opleiding af te ronden. Dat vind ik achteraf gezien heel straf.”
Zijn moeder gaf hem bovendien een levensles die hij nooit vergeten is. Toen hij in het eerste middelbaar Franse woordjes moest studeren van het Nederlands naar het Frans. Toen ze hem overhoorde en de vertaling van een Frans woord vroeg, zei Christof dat ze dat alleen in omgekeerde volgorde moesten kennen: van het Nederlands naar het Frans. Zijn moeder stuurde ze hem terug naar zijn kamer met de woorden: 'Een taal leer je altijd in twee richtingen.' Dat is altijd blijven hangen.
Vijf scholen, drie keer het vijfde middelbaar
Zijn eigen schoolloopbaan verliep allesbehalve rechtlijnig. Christof wisselde in het secundair zes keer van school en deed drie keer het vijfde middelbaar.
Hij begon in het Sint-Romboutscollege, een jongensschool waar het er volgens hem soms hard aan toe ging. Hij koos voor Latijn-Grieks, maar voelde zich daar niet goed in zijn vel.

Na een jaar kreeg hij het advies om van school te veranderen. “Jongens zoals jij gaan naar TSM.” Alleen bleek werken met hout, metaal en elektriciteit helemaal niks voor hem. De theoretische vakken lagen hem veel beter.
Voor zijn derde middelbaar trok hij naar het Scheppersinstituut om economie te studeren. Omdat dat al zijn derde school was op drie jaar tijd, kwam hij er binnen met - zoals hij het zelf omschrijft - “een spreekwoordelijke stempel op mijn voorhoofd.” Hij voelde dat bepaalde leerkrachten hem door zijn voorgeschiedenis anders bekeken.
Tegen het vijfde middelbaar was school allesbehalve een prioriteit voor Christof. Hij slaagde niet en moest het jaar opnieuw doen. Een korte passage in het toenmalige Lyceum, nu BA Caputsteen, draaide op niets uit. Uiteindelijk keerde hij, onder voorwaarden, terug naar het Scheppersinstituut.
Daar liep het opnieuw mis: “Ik had nooit Duits geleerd. In de les Duits moest ik mezelf voorstellen. Dat klonk als Jean-Marie-Pfaffs, met veel haar op. De leerkracht dacht dat ik hem uitlachte. Maar ik kon gewoon geen Duits spreken, ik deed echt mijn best.”
Hij buisde dat jaar voor Duits. En moest voor de derde keer zijn vijfde middelbaar opnieuw doen. Zijn vader trok toen een duidelijke grens: als hij opnieuw niet zou slagen, moest hij mee naar de werf. “Dat was voor mij een motivatie om het beter te doen.”
De Ham bleek zijn redding
Uiteindelijk kwam hij terecht in De Ham, bij jongeren die ook al een of meerdere jaren waren blijven zitten. Voor het eerst zat hij tussen leerlingen die ongeveer hetzelfde hadden meegemaakt. Christof studeerde er marketing.
“Het was een verademing om door leerkrachten als mens aanzien te worden en niet afgerekend te worden op mijn hobbelig parcours.”
De leerkrachten namen tijd voor hun leerlingen. Ze praatten met hen over zaken die hen interesseerden. Ze zagen de mens achter de leerling.
Na zijn hobbelig parcours verliet hij de schoolbanken met die ene gedachte: nooit ga ik nog een school binnen.
Het is anders gelopen.

Mensen aan werk helpen
Na zijn studies marketing aan de Katholieke Hogeschool Mechelen ging Christof aan de slag bij een rekruteringsbedrijf. Hij selecteerde arbeidersprofielen en kwam terecht in een milieu dat hij van thuis kende. Het werk gaf hem voldoening. “Ik hielp die mensen aan werk en zag hoe hun leven daardoor verbeterde. Veel van die mensen zijn me nog altijd dankbaar voor hoe ik hen begeleid heb.” Met sommigen heeft hij vandaag nog altijd contact.
Toen het rekruteringsbureau hem vroeg om zich te concentreren op de hogere profielen, haakte hij af. “Met hen voelde ik geen verwantschap. Ik wil het verschil maken voor mensen.” Hij verliet het recruteringsbureau.
Zij-instromer avant la lettre
Christof wilde leraar worden, maar twintig jaar geleden was er geen lerarentekort zoals nu. Integendeel. Hij kwam uiteindelijk terecht op het Lucernacollege in de Antwerpse Seefhoek, een nieuwe school in een bijzondere grootstedelijke context. Hij werd er leerkracht economie en boekhouden.
Christof voelde zich er thuis. Ook daar was zijn rol breder dan lesgeven. Zijn leerlingen kwamen niet alleen voor economie bij hem aankloppen. “Mijnheer, geef nog eens een preek”, zeiden ze soms. Hij deed dat met plezier, dikwijls met een economische twist aan zijn verhaal. “Als leerkracht voelde ik me ook een soort vader voor de kinderen. Soms waren ze eigenlijk meer geïnteresseerd in mijn levenslessen dan in economie.” Voor Christof begint alles met een authentieke band en open communicatie.
“Ik geloof echt dat er geen stoute kinderen bestaan. Hun gedrag houdt altijd verband met de omstandigheden waarin ze leven en opgroeien. Ik geloof dat je mensen een kans moet geven en telkens opnieuw een kans moet blijven geven. Je moet vergeten en vergeven en elk misverstand uitpraten. Ik vind dat elk kind recht heeft op iemand die naar hen luistert en hen goede raad geeft. En ik wil graag die persoon zijn voor mijn studenten.”

Een vaderrol, ook voor studenten
Diezelfde houding neemt hij vandaag mee naar de lerarenopleiding. Als stagecoördinator begeleidt hij studenten in de verkorte educatieve bachelor en het educatief graduaat. Veel van die studenten zijn zij-instromers: mensen die op latere leeftijd de overstap naar het onderwijs maken.

Aan zijn studenten geeft hij de boodschap dat ze altijd bij hem terechtkunnen als ze ergens mee zitten, als ze nood hebben aan een luisterend oor of als ze iets willen delen, goed of slecht.
“Ik sta dichtbij mijn studenten, ik veroordeel hen niet, ik luister en zal proberen te helpen waar ik kan. Ik zeg hen wat ik denk en zal niet achter hun rug kwaad over hen spreken. Dat beloof ik. Ze weten wat ze aan mij hebben.”
Die betrokkenheid is meer dan een voornemen. Tijdens een wandeling over de campus wordt Christof aangesproken door een oud-leerlinge van het Lucernacollege. “Hey, meneer. Hoe gaat het?” Ze vertelt dat ze nu bedrijfsmanagement studeert aan Thomas More. “Het is dankzij jou dat ik alles begrijp. Jij hebt dat in het middelbaar zo goed uitgelegd dat ik nu nog altijd kan volgen. Jij was echt een goede leraar.” Ze spreken af om binnenkort samen een koffietje te gaan drinken.
Van leerling naar lerarenopleider
Het contrast met zijn eigen schoolloopbaan kan nauwelijks groter: van vijf verschillende middelbare scholen en drie keer het vijfde middelbaar naar zelf leerkrachten opleiden.
“Ik had vroeger les op de plek waar nu de leraarskamer is op Campus Kruidtuin. Soms geloof ik dat toeval niet bestaat.”
.jpg)
Op latere leeftijd behaalde Christof als werkstudent nog twee masters: bedrijfskunde en TEW. Hij studeerde met onderscheiding en grote onderscheiding af aan de VUB. Hij overwoog zelfs om te doctoreren, maar met een gezin was dat financieel niet haalbaar.
Vandaag combineert hij zijn ervaring uit het onderwijs met zijn achtergrond in bedrijfskunde en financieel management. In de lerarenopleiding begeleidt Christof toekomstige leerkrachten en zij-instromers. In Toerisme en Recreatiemanagement deelt hij zijn passie voor zijn vak.
“Doe je best. Meer kun je uiteindelijk niet doen.”
Christof gelooft sterk in open en eerlijke communicatie. Hij beseft ook dat een leerkracht nooit voor iedereen goed kan doen. Die mildheid wil hij ook meegeven aan toekomstige leerkrachten. “Neem het niet te persoonlijk als het een keer niet lukt en wees mild voor jezelf.” Want lesgeven is geen exacte wetenschap. Ook beoordelingen zijn tot op zekere hoogte subjectief. Daarom moeten studenten volgens hem vooral leren zichzelf te beoordelen.
“Jij weet wat je gedaan hebt, hoeveel inzet je hebt getoond en wat de werkelijke waarde van je werk is. Soms krijg je voor een opdracht een 10 op 10 die weinig voor jou betekent, terwijl een 6 op 10 veel waardevoller kan zijn omdat je er ontzettend hard voor gewerkt hebt en er veel uit geleerd hebt. Ik zeg altijd: doe je best. Meer kun je toch niet doen.”
Van een jongen uit een sociale woonwijk die drie keer het vijfde middelbaar deed en ooit vastbesloten was om nooit meer een school binnen te stappen, werd Christof de Vaal vandaag een voorbeeld voor leerkrachten in spe.
“Al mijn ervaringen hebben me rijk gemaakt. Als ik opnieuw zou kunnen beginnen, zou ik het helemaal hetzelfde doen.”
Christof de Vaal
